ONZE GROEPEN | 8 a

Leerlijnen groep 8

 

Lezen

Op deze website bestellen de kinderen hun bibliotheekboeken. Inloggegevens hebben zij gehad van de eigen leerkracht.

 

We onderscheiden 3 soorten woorden:

  • klankwoorden
  • weetwoorden
  • regelwoorden

De vraag aan de kinderen is:

  1. Weet je waar een woord bij hoort?
  2. Dan weet je ook wat je moet doen.
  3. Is het een lang woord?
  4. Bekijk dan ieder woordstukje apart.

Klankwoorden

  1. Zeg het woord in je hoofd.
  2. Hak het woord in klanken.
  3. Schrijf de letters bij de klanken op.
  4. Controleer het woord.

Weetwoorden

  1. Zeg het woord in je hoofd.
  2. Probeer je te herinneren hoe je het woord schrijft.
  3. Weet je het niet (meer)? Zoek het dan op of vraag het aan iemand.
  4. Schrijf het woord op en controleer het.
  5. Probeer het te onthouden voor de volgende keer.

Regelwoorden

  1. Zeg het woord in je hoofd.
  2. Bedenk welke regel bij dat woord past.
  3. Pas de regel toe. Schrijf het woord op.
  4. Controleer het woord.

Leerstofoverzicht ‘Spelling in beeld’ groep 8 met links naar de uitlegkaarten

Door op onderstaande links te klikken, zie je alle uitlegkaarten die we in groep 8 gebruiken voor de verschillende moeilijkheden van spelling. Op deze kaarten staan naast de voorbeeldwoorden ook de uitleg van het spellingprobleem en de redeneerwijze (de spellingstrategie) die gebruikt kan worden om te snappen hoe het woord geschreven moet worden
Bij het oefenen is het belangrijk niet alleen de woorden van de week te leren, maar juist op zoek te gaan naar soortgelijke woorden, waardoor de regels ook verder toegepast worden.

Blok 1:

R11: woorden met met meer klankgroepen: overzicht
R19: lange woorden: overzicht
W1a: woorden met ei
W2a: woorden met ij
WW20: persoonsvormen: overzicht

Blok 2:

K32: vaste stukjes ~teit, ~air, ~oir
W24a: Franse leenwoorden 1
W24b: Franse Leenwoorden 1

WW18: werkwoorden met be~, ge~, her~, ver~, ont~ 
WW21: persoonsvormen die hetzelfde klinken 

Blok 3:

R25: samenstellingen met de tussenklank /u(n)/:
R26: samenstellingen met de tussenklank /u(n)/: uitzonderingen
R27: samenstellingen met de tussenklank /u(n)/: overzicht
W10a: woorden met /ie/ = i
W27: woorden met lange klinker die als een korte klinker klinkt

Blok 4:

K33: woorden op ~iaal, ~ieel, ~ueel
R28: bijvoeglijke naamworden: overzicht
W22: struikelblokken 1
W23: struikelblokken 2
WW19: van deelwoorden afgeleide bijvoeglijke naamwoorden

Blok 5:

R29: bezitsvormen
R30: botsende klinkers: trema
R31: botsende klinkers: geen trema
W16: woorden met x
W28: woorden met q

Blok 6:

R14: hoofdletters
W29: Engelse leenwoorden
W30: woorden met in het midden een stomme e
WW22: drie werkwoordvormen
WW23: werkwoordvormen van Engelse werkwoorden

Blok 7:

R32: samenstellingen: overzicht
R33: aardrijkskundige namen
W17: woorden die hetzelfde klinken
W25: Franse leenwoorden 2
W31: woorden met niet uitgesproken letters

Blok 8

K34: vaste stukjes: overzicht
W26: Franse leenwoorden 3
W32: woorden met /t/ = d   /p/=b
W33: werkwoorden met twee c's
WW21: persoonsvormen die hetzelfde klinken

© 2012 ALBERTSCHWEITZERSCHOOL   |   DISCLAIMER   |   CONTACT   |   FACEBOOK